Ontstaan van de homeopathie

Homeopathie is afgeleid van de Griekse woorden Homoios = gelijkend en pathein = lijden en betekent dus gelijkend (op het) lijden. M.a.w. een patiënt krijgt een (natuurlijk)geneesmiddel toegediend dat, als dit door een gezond mens wordt ingenomen, bij die gezonde mens ziekteverschijnselen teweeg brengt, die lijken op het ziektebeeld van de patiënt. Om dit goed te begrijpen moeten we even teruggaan in de geschiedenis naar de ontdekker van de homeopathie.

Aan het eind van de 18e eeuw waren hier van daar kritische geluiden te horen over het medisch handelen van die tijd. Een van de grootste critici was de Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann. Hij voerde praktijk als arts maar stopte hiermee uit onvrede. De manier waarop medicijnen werden voorgeschreven vond hij onwetenschappelijk en bovendien constateerde hij dat de geneesmiddelen die hij zijn patiënten moest toedienen, hen vaak meer goed dan kwaad deden. Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien legde hij zich toe op het vertalen van medische werken in het Duits. Bij de vertaling van een engels werk, stuitte hij op een verklaring van de werking van kinabast bij Malaria. Kinabast, van de Kinaboom, waar ons kinine van is afgeleid, werkte volgens de auteur zo goed tegen malaria omdat deze een bittere stof bevatte. Op zoek naar een betere verklaring besloot Hahnemann het middel kinabast op zichzelf uit te testen. In het verslag van deze test schreef hij: “ik nam bij wijze van experiment 2x per dag ca. 15 gram kinabast. Eerst werden mijn voeten, vingertoppen enz. koud. Ik werd suf en slap, vervolgens begon mijn hart sneller te kloppen en mijn pols werd snel en zwak. Angst, beven en een gevoel van uitputting in al mijn ledematen, daarna kloppingen in mijn hoofd, rode wangen en dorst, kortom alle symptomen die normaal zijn voor wisselkoorts deden zich voor. Korte tijd had ik last van de kenmerkende malariasymptomen als verwardheid en stijfheid in de ledematen. Deze aanval duurde telkens 2 a 3 uur en keerde terug als ik de dosis herhaalde en anders niet. Ik hield ermee op en was goed gezond”.

Gelijksoortigheids-principe
Dit was een opmerkelijke ontdekking: nadat een gezond persoon een geneesmiddel tegen malaria inneemt, krijgt hij gedurende uren malariasymptomen. Was dit toevallig of geldt dat ook voor andere geneesmiddelen. In eerste instantie begon Hahnemann allerlei stoffen op zichzelf uit te proberen. Later werden ook studenten, volgelingen en proefpersonen ingeschakeld. Telkens wanneer een groep personen een stof toegediend had gekregen, werd nauwkeurig genoteerd welke verschijnselen alle proefpersonen kregen. Niet alleen de lichamelijke veranderingen werden genoteerd maar ook de mentale en emotionele. Na een aantal jaren beschikten Hahnemann en zijn medewerkers over de resultaten van vele geneesmiddelproeven. Heden ten dage vinden er nog steeds over de gehele wereld dergelijke geneesmiddelproeven plaats en zijn we bekend met de werking van wel duizenden stoffen. Als zijn vermoeden dus juist was kon hij met deze kennis mensen werkelijk genezen. Hahnemann bemerkte dat hij het meest succesvol was als hij alle verschijnselen, dus ook de emotionele en mentale karakteristieken van de patiënt met de kennis van de geneesmiddelen vergeleek. Stel: iemand klaagde over uitputting, brandende pijnen, slapeloosheid, rusteloosheid, bang voor inbrekers, ijskoude handen en voeten en onlesbare dorst, dan moest hij zoeken naar een stof waarbij de geteste proefpersonen dezelfde symptomen veroorzaakten. In dit geval zou dat arsenicum zijn. En het werkte! Kortom het gelijkende wordt door het gelijkende genezen.

flesjes

Verdunnen
Met de ontdekking van het gelijksoortigheidprincipe was Hahnemann er nog niet. Het bleek namelijk dat patiënten die een homeopathisch geneesmiddel kregen weliswaar verbeterden, maar in eerste instantie langdurig( dagen of weken) last kregen van beginverergering. Vooral bij ernstig zieken kon dit erg lastig zijn of soms zelfs fataal. Hij verkleinde dus de dosis om de verergering te voorkomen maar dit had echter weer een nadeel. De genezende werking verdween. Hij was dus weer terug bij af.

Schudden
De stap die Hahnemann toen deed als reactie hierop is merkwaardig, gezien door de bril van de wetenschap van de 20e eeuw. Wat deed hij namelijk. Nadat hij de stof 100 x verdund had, schudde hij de oplossing een aantal malen zeer krachtig door met het flesje op een harde maar enigszins veerkrachtige ondergrond te slaan. Na opnieuw te hebben verdund, schudde hij wederom. En wat bleek, de beginverergering werd minimaal en de genezende werking werd krachtiger en groter. Tot op de dag van vandaag gissen de geleerden over de vraag wat er precies gebeurt bij het potentieren. En dit is dan ook het grote vraagstuk waardoor de reguliere en homeopathische wereld nogal eens tegenover elkaar staan.

Onderzoek
Gelukkig worden er steeds meer onderzoeken gedaan naar de werking van homeopathie. Zoals eerder gemeld is homeopathie voornamelijk een empirische methode, d.w.z. er worden middelen op mensen uitgeprobeerd en de resultaten daarvan worden genoteerd. Onder de microscoop kunnen we dan echter niet zien wat er precies gebeurt en dit geeft de wetenschap geen overtuigend bewijs. Inmiddels worden er ook laboratoriumproeven uitgevoerd met beschadigde cellen, die met toevoeging van een homeopathisch middel een bijzonder snel herstel laten zien.

Na de dood van Hahnemann is men uiteraard verder gegaan met het ontwikkelen van deze basismethode. Hoewel een en ander inmiddels verfijnd is, is de basis waarop wij werken nog steeds de methode van Hahnemann.